Digitale nieuwsbrief 2018, editie 2

Phalaenopsis, van winter naar voorjaar!

Licht

Het is nu nog februari en de dagen worden niet alleen lichter, maar ook langer. De daglichtsom neemt bij heldere dagen met de dag toe. Dat betekent dat de Phalaenopsis-opkweek al gekrijt moet zijn. Sommige kwekers hebben dat al rond week 6/7 gedaan, maar in een maximaal halve dosering dan normaal. In het algemeen kan worden gesteld dat standaard krijten minimaal 50% licht wegneemt. Dat wordt meestal in de laatste week van februari/begin maart toegepast. Dat is een beetje ‘een alles of niets’ methode. Juist vanaf week 5/6 kan de instraling op de dag al (te) hoog zijn en moeten de schermdoeken voldoende soelaas bieden voor goede bescherming. Zeker wanneer wolken en zon elkaar afwisselen, gebeurt het maar al te vaak dat de klimaatregeling net te laat is waardoor er toch te hoge lichtpieken op het gewas komen wat verbranding kan veroorzaken. Helemaal als het een aantal dagen bewolkt weer is geweest en het omslaat naar helder, zonnig weer. Dan kan de omslag te groot zijn. Dat is voor sommige kwekers de reden geweest om het krijtmoment 2 à 3 weken te vervroegen ten opzichte van ‘vroeger’ week 9, maar dan wel minder zwaar. Afhankelijk van de weersomstandigheden in februari en maart kan als gevolg van regen, sneeuw en/of hagel, het krijtdek dunner geworden zijn waardoor eind maart een 2e laag wordt opgebracht. Nadat er gekrijt is, MOETEN scherminstellingen worden aangepast om te voorkomen dat het na het krijtmoment te donker wordt. Dan is het middel erger dan de kwaal. Wil je het goed doen, dan dienen wekelijks de scherminstellingen tegen het ‘licht’ te worden gehouden. Tot de langste dag is er een toename, na de langste dag een afname. Dat wekelijks in de gaten houden, wordt weleens vergeten. Een simpele check is wanneer je met je ogen begint te knijpen vanwege het licht, dan zit je al rond de 10.000 lux buitenlicht (= 180 micromol). 10.000 lux lamplicht (SON-T) is ca.120 micromol. Een PAR-meter in de kas geeft een continu inzicht in het lichtniveau.

 

Malaat

Wat de komende tijd ook een belangrijke factor is, zijn de verschillende lichtsommen van dag tot dag. Als het mooi weer is, 6 mol of meer, dan is de plant snel door zijn malaat heen en neemt het al vroeg op de dag CO2 op. Dat is waar te nemen door te kijken of de bladeren slapper worden. Als het de volgende dag donker is, en er dus minder licht beschikbaar is, dan wordt niet al het malaat afgebroken en treedt er een vorm van bladverbranding op. Dit effect neemt toe in april en mei. Wij zien dat bij bepaalde soorten sterk als we jonge planten voor de middag al verplaatsen naar een donkere plek. Dat gebeurt al door het op een kar te zetten. De planten die op de donkerste plek staan, hebben meer schade. Bij een enkel soort gebeurt dit ook als je die voor de middag al inhoest en op een kar zet of in de vrachtwagen. Als planten vol malaat zitten, zijn ze heel gevoelig voor handelingen. Nogmaals, het sterkst zien wij dit als we na een hele mooie, zonnige dag een donkere dag krijgen en/of planten te vroeg in het donker zetten. Het is de overweging waard om in de komende maanden de lichtsommen gedoseerd hoger te laten worden zodat de verschillen van dag tot dag niet te groot worden.

Luchtvochtigheid

De luchtvochtigheid lijkt een verhaal wat hier helemaal los van staat, maar niets is minder waar. Het wordt zwaar onderbelicht en onderschat. Vanaf deze periode tot medio mei kan bij zonnig weer de luchtvochtigheid buiten extreem laag zijn. Dus bij een geringe opening van de luchting kan het effect op de RV al heel groot zijn. Dat effect wordt versterkt door toenemend licht. In principe is een RV van tussen de 60 en 75% goed, maar daar moet wel bij worden bedacht dat bij hogere temperaturen een hogere RV hoort en bij meer licht dus ook! Met andere woorden, bij 28°C en 150 micromol licht, is een RV van 70% beter dan 60%. Wordt het nog warmer of lichter, dan is 75% beter. Dat heeft te maken met de VPD (Vapour Pressure Deficit) oftewel dampdrukverschil in en buiten het blad. Bovendien kun je in deze periode van het jaar de nevel eerder iets hoger zetten terwijl dit na de langste dag, als de buitenlucht veel vochtiger is, juist andersom moet zijn. Ook kan door de ventilatievoud iets te verlagen en/of het transparante scherm op een kleinere kier te zetten, het klimaat worden verbeterd. Kortom, als je in een opkweek Phalaenopsiskas loopt, mag je best licht transpireren.

Potworm

Dat blijft vooralsnog een behoorlijk probleem. Het wachten is op een adequate oplossing, maar tot nu toe zijn er maar beperkte mogelijkheden. Onderzoek loopt nog steeds en er lijkt een doorbraak te zijn in het lokken van de mug in combinatie met vanglampen. Het eerste is de combinatie van vooral in de eerste 8 weken het substraat aan de droge kant te houden. Dus wel goed watergeven, maar daarna goed laten drogen. De combinatie van grove substraten die nat blijven, is de slechtste combinatie. Dus liever te droog, dat de wortels ook echt de plug uitgaan op zoek naar water, dat is het beste. Vooral als het gecombineerd wordt met het goed uitzetten van Hypoaspis. Er wordt wel iets aan groeisnelheid ingeleverd in het begin, maar we zien wel dat na die 8 weken, als planten goed zijn doorgeworteld en meer water krijgen, er een groeiversnelling optreedt. Die maakt de vertraging niet goed, maar de potworm is dan beheersbaar, brengt minder schade en verleidt u niet tot een chemische behandeling. We zien ook in natte maar compacte substraten een minder hoge potwormdruk, maar de meeste kwekers zijn ook weer niet gelukkig met de compacte natte substraten. Het is toch tegen de natuur in van een epifyt.

Trips

Blijf goed scouten op trips. De laatste jaren wordt dit een steeds groter probleem. Dit geldt niet alleen voor de afkweek met bloemen, maar ook in de opkweek.

Leucocoprinus birnbaumii

Deze schimmel lijkt wel weer terug van weggeweest. Na het potten aangieten met Ortiva is een beproefd middel dat goed werkt. Heeft u veel planten met Leucocoprinus in de pot, dan moet u wel een werkplan hebben om ervan af te komen. Dat betekent dat tafels waar planten met deze schimmel in de potten hebben gestaan, gereinigd moeten worden. Vooral als er van die goudgele paddenstoelen met een plooiparasol zijn waargenomen, dan is reinigen heel belangrijk. Dus start met schoon materiaal op schone tafels en reinig de gebruikte tafels met een ontsmettingsmiddel.

 

Cymbidium en beestjes!

Nu het zonniger wordt en het klimaat droger, neemt de kans op spint toe. Vooral in de teelt van Cymbidium is het oppassen geblazen. U weet zelf binnen uw bedrijf wel de soorten en plekken in de kas waar de spint het eerste zit. Scout frequent en start op tijd met biologische bestrijding. De kwekers die hier al een paar jaar mee werken, hebben de ervaring dat het met de jaren makkelijker gaat en het eenvoudiger is als toen men er voor het eerst mee begon. Het duurt echt wel twee seizoenen voordat men het gevoel/idee krijgt dan het biologisch ook goed kan. Zo niet, dan moet het chemisch gebeuren. In beide gevallen blijft controle/scouten noodzakelijk op alle afdelingen. Heeft u last van slakken, begin dan met bestrijding zodra het warmer wordt. Dat kan al eind maart - begin april, afhankelijk van de buitenomstandigheden. Bestrijding van slakken wordt mede ondersteund door ervoor te zorgen dat het schoon is om en bij de planten, dus onkruidvrij en geen bladresten.

Cymbidium laat sortiment

Voor het late sortiment is er waarschijnlijk al gekrijt. Afhankelijk van de omstandigheden en de slijtage van het krijt, zal dat in april nog een keer herhaald moeten worden om de dagtemperatuur voldoende laag te houden.

Cymbidium vroeg sortiment

Het vroege Cymbidium sortiment dat voor 1 november moet bloeien (week 40 en later) moet inmiddels wel een daggemiddelde van 20°C hebben. Als we een zacht, zonnig voorjaar hebben, gaat dat haast vanzelf. Echter, maart roert zijn staart, dus het kan ook wel koud weer zijn. Dan moet er gestookt worden. Zorg ook voor een goede RV, want warme en droge lucht, daar zal een Cymbidium ook vertraagd door kunnen worden. Als u AC-folie in deze afdelingen gebruikt, ventileer dan wel voldoende om vochtafvoer te realiseren. Afhankelijk van de weersomstandigheden zal dit scherm in de loop van maart opengetrokken en eventueel verwijderd moeten worden.